← Alle rubrieken
Broodjeaap · 30 augustus 2026
Broodjeaapverhalen (1)
tachograaf en bestuurderskaart
| ✕ Het verhaal | ✓ Wat wél geldt |
|---|---|
| “De kaart moet je ook in je vrije tijd en op vakantie bij je hebben.” | De kaartplicht hangt aan het rijden met een tachograafplichtig voertuig, niet aan de persoon. Vakantie- en verlofdagen verantwoord je achteraf met handmatige invoer bij de eerstvolgende rit. |
| “Kaart kwijt of stuk betekent niet rijden.” | Je mag ten hoogste 15 kalenderdagen doorrijden, met een uitdraai aan het begin en aan het eind van de rit, voorzien van naam, kaartnummer en handtekening. Melden en een nieuwe aanvragen binnen 7 kalenderdagen; de melding doe je zelf. |
| “Handmatige invoer is alleen voor de grens.” | Handmatig invoeren hoort bij elke periode dat je niet bij het voertuig was: weekend, verlof, ziekte, ander werk. Het landsymbool bij de grens is iets anders — dat voer je in bij de eerste stop na de grens. |
| “Rij je analoog, dan moet je ook prints van je digitale dagen tonen.” | Nee. Alleen als je kaart beschadigd, verloren of gestolen is. |
| “De inspecteur ziet alleen wat op mijn kaart staat.” | Bij een wegcontrole toon je 56 dagen, maar met de controlekaart kan een inspecteur 365 dagen terugkijken in de voertuigunit. |
| “Voor dagen zonder rit moet je een verklaring van activiteiten hebben.” | In Nederland is die verklaring niet verplicht. Dagen zonder rit voer je in de tachograaf in; het formulier tonen mag vrijwillig. |
Bron: Verordening (EU) 165/2014 art. 29, 34 en 36 · ILT · Kiwa Register
© De Graaf Wegwijs · Instructeurswijzer · Gratis te lezen en te gebruiken, ook in de les, met vermelding van De Graaf Wegwijs. Niet doorverkopen en niet onder eigen naam uitgeven. Fout gezien of een vraag? Mail naar jos@degraafwegwijs.nl
Broodjeaap · 30 augustus 2026
Broodjeaapverhalen (2)
rij- en rusttijden
| ✕ Het verhaal | ✓ Wat wél geldt |
|---|---|
| “De 45 minuten moet in één keer.” | Splitsen mag, maar alleen als 15 minuten gevolgd door 30 minuten. Drie kwartiertjes voldoet niet, en 30 gevolgd door 15 evenmin. |
| “De wekelijkse rust mag altijd in de cabine.” | De normale wekelijkse rust van 45 uur en elke compensatierust van meer dan 45 uur mogen dat niet. De dagelijkse rust en de verkorte wekelijkse rust wel. |
| “Een chauffeur mag 15 uur per dag werken.” | Die norm bestaat niet. De 15 uur is de tijdspanne die overblijft tussen twee rusten bij een verkorte dagelijkse rust van 9 uur. Voor arbeidstijd geldt ten hoogste 60 uur per week, gemiddeld 48 uur, met pauze na uiterlijk 6 uur werken. |
| “Leeg rijden telt niet mee.” | De verordening spreekt uitdrukkelijk van “in lege of beladen toestand”. Het gaat om de toegestane maximummassa, niet om de lading. Positioneren en terugrijden naar de stalling zijn gewoon rijtijd. |
| “Op een lesrit gelden de rij- en rusttijden nooit.” | De vrijstelling is nationaal (artikel 13, eerste lid, onder g) en geldt alleen op Nederlands grondgebied, en alleen zolang er geen commercieel vervoer plaatsvindt. Over de grens vervalt zij. |
| “Verkorte dagelijkse rust mag zo vaak als je wilt.” | Ten hoogste driemaal tussen twee wekelijkse rusten. |
| “De 48-urige werkweek geldt niet voor zzp’ers.” | Die geldt ook voor zelfstandige chauffeurs. |
| “Verloopt mijn rijbewijs, dan ben ik mijn code 95 kwijt.” | Code 95 heeft een eigen vervaldatum, los van het rijbewijsdocument. Je hebt altijd allebei nodig: code 95 is geen rijbevoegdheid op zichzelf. |
Bron: Verordening (EG) 561/2006 art. 4, 7, 8 en 13 · ILT · Richtlijn (EU) 2022/2561
© De Graaf Wegwijs · Instructeurswijzer · Gratis te lezen en te gebruiken, ook in de les, met vermelding van De Graaf Wegwijs. Niet doorverkopen en niet onder eigen naam uitgeven. Fout gezien of een vraag? Mail naar jos@degraafwegwijs.nl
Broodjeaap · 30 augustus 2026
Broodjeaapverhalen (3)
op de weg en aan het voertuig
| ✕ Het verhaal | ✓ Wat wél geldt |
|---|---|
| “De begrenzer staat op 90, dus ik mag 90.” | De begrenzer is een technische bovengrens: 90 km/h voor bedrijfsauto’s, 100 km/h voor autobussen. De toegestane snelheid voor een vrachtauto of gewone bus is 80 km/h, ook op de snelweg. |
| “Met een aanhanger mag je 90 op de snelweg.” | Alleen voor personen- en bestelauto’s, motorfietsen en driewielers met een aanhanger tot 3.500 kg. Een vrachtauto met aanhanger rijdt 80. |
| “Een touringcar mag 100.” | Alleen een T100-bus, herkenbaar aan de aantekening op het kentekenbewijs. Zonder die aantekening 80. |
| “Op een driestrooksweg mag een vrachtauto gewoon links.” | Verboden. Een vrachtauto en elk samenstel langer dan 7 meter mogen op een rijbaan met drie of meer rijstroken alleen de twee rechtse gebruiken. |
| “Winterbanden zijn in Nederland verplicht.” | Niet verplicht, wel aangeraden bij winterse omstandigheden. Spijkerbanden zijn hier verboden. |
| “In Duitsland moet je de hele winter op winterbanden rijden, ook bij mooi weer.” | Nee. Duitsland kent geen kalenderplicht maar een weersplicht: § 2, derde lid a, StVO verbiedt rijden bij ijzel, sneeuw, sneeuwmodder, ijs- of rijpgladheid zonder winterbanden. Is het droog, dan mag je in januari gewoon op zomerbanden rijden. “Van O tot O”, van oktober tot Pasen, is een vuistregel van de bandenhandel, geen wet. |
| “M+S op de band is genoeg voor Duitsland.” | Sinds 1 oktober 2024 niet meer. De band moet het alpinesymbool dragen: een bergje met een sneeuwvlok. Voor een vrachtauto of bus boven 3.500 kg gelden de winterbanden sinds 1 juli 2020 niet alleen op de aangedreven assen maar ook op de gestuurde vooras. Boete 60 euro en een punt in Flensburg; de houder betaalt 75 euro. |
| “Ik moet een gevarendriehoek en een hesje bij me hebben.” | In Nederland is geen uitrusting verplicht. In veel andere landen wél — controleer per land vóór vertrek. |
| “Stilstaan voor het stoplicht en dan je telefoon pakken mag niet.” | Het verbod geldt tijdens het rijden. Wie stilstaat mag het apparaat vasthouden. Let op: stapvoets meerijden in de file is rijden. |
| “Rijhulpsystemen mag je niet uitzetten.” | Intelligente snelheidsassistentie moet uit te zetten zijn, maar staat bij elke nieuwe start automatisch weer aan. De systemen moeten aanwezig zijn; permanent onklaar maken is niet de bedoeling. |
Bron: RVV 1990 art. 22, 43 en 61a · Regeling voertuigen art. 5.3.15 en 5.3a.15 · Verordening (EU) 2019/2144 · Rijksoverheid
© De Graaf Wegwijs · Instructeurswijzer · Gratis te lezen en te gebruiken, ook in de les, met vermelding van De Graaf Wegwijs. Niet doorverkopen en niet onder eigen naam uitgeven. Fout gezien of een vraag? Mail naar jos@degraafwegwijs.nl