Rijtijden
Verordening (EG) 561/2006, artikel 6 en 7
De rijdag: nooit langer dan 4½ uur achter elkaar rijden
De onderbreking splitsen mag — maar in deze volgorde
Zo is de onderbreking compleet.
Omgekeerd telt niet; drie kwartiertjes ook niet.
| Wat | Hoeveel |
|---|---|
| Dagelijkse rijtijd | 9 uur; tweemaal per week 10 uur |
| Wekelijkse rijtijd | 56 uur |
| Twee opeenvolgende weken | 90 uur |
| Ononderbroken rijtijd | 4,5 uur |
| Onderbreking daarna | 45 minuten aaneengesloten |
| Splitsen mag | eerst 15 minuten, daarna 30 minuten — in die volgorde |
| De week loopt van | maandag 00.00 uur tot zondag 24.00 uur |
Bij meerbemanning mag je de 45 minuten nemen terwijl de ander rijdt, zolang je niet meehelpt.
Rusttijden
Verordening (EG) 561/2006, artikel 4 en 8
| Wat | Hoeveel |
|---|---|
| Dagelijkse rust normaal | 11 uur |
| Splitsen mag | 3 uur en daarna 9 uur — in die volgorde |
| Dagelijkse rust verkort | ten minste 9 uur, minder dan 11 uur |
| Hoe vaak verkort | ten hoogste 3× tussen twee wekelijkse rusten |
| Nieuwe dagelijkse rust | binnen elke 24 uur na het einde van de vorige rust |
| Wekelijkse rust normaal | 45 uur |
| Wekelijkse rust verkort | minder dan 45 uur, ten minste 24 aaneengesloten uren |
| Per twee weken | twee normale, of één normale en één verkorte |
| Beginnen uiterlijk | na zes perioden van 24 uur na de vorige wekelijkse rust |
| Compenseren | en bloc vóór het einde van de derde week erna, vast aan een rust van ten minste 9 uur |
De normale wekelijkse rust — en elke compensatierust van meer dan 45 uur — mag niet in de cabine. Een verkorte wekelijkse rust mag dat wel.
Internationaal goederenvervoer
- Twee verkorte wekelijkse rusten achter elkaar buiten het land van vestiging mag, mits er in elke vier weken vier wekelijkse rusten zijn waarvan ten minste twee normaal.
- De compensatie wordt dan genomen vóór de volgende wekelijkse rust.
- De werkgever regelt het werk zo dat de chauffeur elke vier weken thuis of op de vestiging een normale wekelijkse rust kan nemen.
Rusttijden: bijzondere gevallen
Meerbemanning, veerboot of trein en noodgeval: waar de rust afwijkt van de gewone regels.
De gewone dagelijkse en wekelijkse rust (zie Rusttijden) in beeld. De gevallen hieronder wijken daarvan af.
De dagelijkse rust
De wekelijkse rust
Meerbemanning
- Twee bestuurders aan boord tijdens elke rijperiode tussen twee dagelijkse rusten. Het eerste uur mag de tweede ontbreken, daarna niet meer.
- Dagelijkse rust: ten minste 9 uur binnen elke 30 uur.
Veerboot of trein
- Een normale dagelijkse rust of een verkorte wekelijkse rust mag hoogstens tweemaal worden onderbroken, samen niet langer dan één uur. Er moet een slaapcabine of couchette zijn.
- Een normale wekelijkse rust aan boord mag alleen bij een reis van 8 uur of langer, met slaapcabine.
- Rijden naar een voertuig dat niet op je woon- of standplaats staat, telt als andere werkzaamheden.
Noodgeval — artikel 12
- Afwijken mag voor zover nodig om een geschikte stopplaats te bereiken, in het belang van personen, voertuig of lading. Noteer aard en reden handmatig bij aankomst.
- Om thuis of op de vestiging een wekelijkse rust te halen: ten hoogste 1 uur langer rijden. Gaat het om een normale wekelijkse rust, dan 2 uur, na een aaneengesloten onderbreking van 30 minuten.
- Compenseren vóór het einde van de derde week na de betrokken week.
Arbeidstijden
Arbeidstijdenbesluit vervoer · Richtlijn 2002/15/EG
| Wat | Hoeveel |
|---|---|
| Arbeidstijd per week | ten hoogste 60 uur |
| Gemiddeld over 16 weken (via cao soms 26 weken) | ten hoogste 48 uur per week |
| Nooit werken zonder pauze langer dan | 6 uur |
| Pauze bij 6 tot 9 uur arbeid | ten minste 30 minuten |
| Pauze bij meer dan 9 uur arbeid | ten minste 45 minuten |
| Pauze splitsen | in blokken van ten minste 15 minuten |
| Nacht | 00.00 tot 06.00 uur |
| Nachtdiensten | ten hoogste 43 per 16 weken, óf ten hoogste 20 uur per 2 weken tussen 00.00 en 06.00 uur |
Voor bakkerijproducten, distributiecentra, grensoverschrijdend tuinbouwmateriaal en weg- en spooronderhoud geldt een ruimere norm: ten hoogste 52 nachtdiensten per 16 weken en 140 per 52 weken, óf ten hoogste 38 uur per 2 weken tussen 00.00 en 06.00 uur.
Rijtijd en arbeidstijd zijn niet hetzelfde. Laden, lossen, wachten, tanken en administratie zijn arbeidstijd, maar geen rijtijd.
Tachograaf: soorten en plicht
Hoe de tachograaf werkt, welke soorten er zijn en wanneer hij verplicht is.
De tachograaf in het dashboard
De vier standen
Wat de chauffeur er zelf bij zet
| Soort | Wanneer |
|---|---|
| Analoog, met schijven | toegestaan bij eerste toelating vóór 1 mei 2006 |
| Digitaal | verplicht bij eerste toelating op of na 1 mei 2006 |
| Slimme tachograaf versie 1 | standaard in nieuwe voertuigen vanaf juni 2019 |
| Slimme tachograaf versie 2 | verplicht in alle voertuigen die sinds 21 augustus 2023 op kenteken zijn gezet |
| Lichte voertuigen | sinds 1 juli 2026 tachograafplicht boven 2.500 kg toegestane maximummassa, inclusief aanhanger, bij internationaal goederenvervoer of cabotage |
Sinds 20 augustus 2024 zijn alle lidstaten verplicht apparatuur voor afstandsuitlezing in te richten. Bestaande voertuigen in internationaal vervoer moeten inmiddels een slimme tachograaf hebben. De tweede generatie registreert de grenspassage zelf, op een ingebouwde grenskaart; anders voer je de landcode in bij de eerste mogelijke en veilige stop.
De inbouwtermijnen voor bestaande voertuigen zijn de afgelopen jaren meermalen verschoven. Controleer de actuele termijn bij de ILT voordat je hierover lesgeeft.
Tachograaf: kaarten en termijnen
De bestuurderskaart en de andere tachograafkaarten, en hoe vaak je uitleest en hoe lang je bewaart.
De bestuurderskaart
De vier kaarten
De vier kaarten
| Kaart | Voor wie | Geldig |
|---|---|---|
| Bestuurderskaart | de chauffeur | ten hoogste 5 jaar |
| Bedrijfskaart | de vervoerder | 5 jaar |
| Werkplaatskaart | de erkende werkplaats | ten hoogste 1 jaar |
| Controlekaart | de toezichthouder | 2 jaar |
Aanvragen in Nederland bij Kiwa Register. Voor chauffeurs van buiten de EU en EER bestaat een tijdelijke bestuurderskaart.
Termijnen
| Wat | Hoe vaak |
|---|---|
| Bestuurderskaart uitlezen | ten minste elke 28 dagen |
| Voertuiggeheugen uitlezen | ten minste elke 90 dagen |
| Gegevens bewaren, werkgever | ten minste 104 weken |
| Bij je hebben bij controle | de lopende dag en de 56 dagen daarvóór |
Landsymbool (code) invoeren bij het begin en het einde van de werkdag, en bij grensoverschrijding bij de eerste mogelijke en veilige stopplaats aan of voorbij de grens.
Vrijstellingen die voor een rijschool tellen
Welke vrijstellingen van de rij- en rusttijden er zijn, en wat de vrijstelling voor rijlessen en rijexamens níét doet.
De vrijstelling voor rijlessen en rijexamens is een nationale vrijstelling (artikel 13, eerste lid, onder g). Zij geldt alleen op Nederlands grondgebied. Rijd je de grens over, dan vervalt zij en gelden de rij- en rusttijden gewoon.
Nationaal
- Voertuigen die worden gebruikt voor rijlessen en rijexamens, mits zij niet worden ingezet voor commercieel goederen- of personenvervoer.
- Elektrische voertuigen van 3.501 tot 4.250 kg, binnen 100 km, binnen Nederland, met rijbewijs B, zonder aanhangwagen. Om er met rijbewijs B in te mogen rijden, moet je dat rijbewijs ten minste twee jaar hebben (zie Rijbewijs B tot 4.250 kg).
- Vervoer binnen een straal van 5 km rond een hubfaciliteit.
Internationaal
- Handwerkslieden: voertuig of samenstel tot 7,5 ton, binnen 100 km van de vestiging, rijden niet de hoofdactiviteit, niet voor derden. De ILT noemt daarbij ten hoogste 12 uur rijden per week.
- Goederenvervoer tot 7,5 ton dat niet commercieel is.
- Voertuigen van 2,5 tot 3,5 ton voor eigen vervoer, ten hoogste 12 uur rijden per week.
- Voertuigen met een maximumsnelheid van ten hoogste 40 km/h.
- Voertuigen van ten minste 40 jaar oud, niet commercieel gebruikt.
Wat de vrijstelling níét doet
- De arbeidstijden blijven staan: pauze na uiterlijk zes uur werken, en de grenzen per week.
- Vervoert het lesvoertuig op dezelfde rit goederen of personen tegen betaling, dan is het geen lesrit meer.
- Over de grens vervalt zij — ook op de heenweg naar een lesplaats in het buitenland.
De vrijstelling gaat over de rij- en rusttijden. Of de tachograaf op een lesrit ook ongebruikt mag blijven is een aparte vraag met een eigen regeling. Laat bij twijfel de kaart in de gleuf: dan klopt de verantwoording achteraf altijd.