Vaktermen (1)
wat de wet en de Rijprocedure gebruiken — en wat spreektaal is
De wettelijke woordenlijst staat in artikel 1 van het RVV 1990; de Rijprocedures C en D gebruiken die termen consequent. Spreektaal is niet fout in de cabine — hieronder staat ernaast welke term in de regelgeving zelf wordt gebruikt.
| Vakterm | Spreektaal | Waarom |
|---|---|---|
| voetgangersoversteekplaats (VOP) | zebra, zebrapad | De wettelijke term; “zebra” komt in het RVV niet voor. |
| verkeerslicht | stoplicht | Een verkeerslicht regelt het verkeer, het stopt niet alleen. |
| rijbaan / rijstrook | baan, weghelft, “strook” | Twee begrippen. Zie Vaktermen (2). |
| kruispunt | kruising (als verzamelwoord) | In het RVV is een kruispunt een kruising of splitsing van wegen. |
| voorrang verlenen | voorrang geven | Vaste term uit het RVV en de Rijprocedure. |
| voor laten gaan | voorrang verlenen | Ander begrip. Zie Vaktermen (2). |
| voorbijgaan | inhalen (van een obstakel) | Obstakels worden voorbijgegaan, niet ingehaald. |
| invoegstrook | opritstrook | Term uit hoofdstuk 3.4 van de Rijprocedure. |
| uitrijstrook | uitvoegstrook | Je voegt uit óp de uitrijstrook. |
| hydraulische of elektrische hulprem | retarder, intarder | Merk- en spreektaal. Zie Motorrem en retarder. |
| motorrem of uitlaatrem | “de rem op de motor” | Beide benamingen komen in de Rijprocedure voor. |
| erf | woonerf | “Woonerf” is de oude term van vóór het RVV 1990. |
| volgafstand | afstand houden | Ten minste 2 seconden, in optimale omstandigheden. |
| achteroverbouw / uitzwaai | de kont | Vaktaal; ook het “inlopen” van de achterwielen. |
| haaientanden | driehoekjes | Markering: voorrang verlenen. |
Vaktermen (2)
vier verschillen die in de les terugkomen
1Rijbaan of rijstrook
Rijbaan — elk voor rijdende voertuigen bestemd weggedeelte, met uitzondering van de fietspaden en de fiets/bromfietspaden. Een rijbaan kán in rijstroken zijn verdeeld, maar hoeft dat niet.
Rijstrook — een door doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd deel van de rijbaan, breed genoeg voor één rij motorvoertuigen.
Met een vrachtauto of autobus rijd je in het midden van de rijstrook. Is de rijbaan niet breder dan één normale rijstrook, zoals op veel buitenwegen, dan rijd je op het midden van de weg.
2Voorrang verlenen of voor laten gaan
Voorrang verlenen — tegenover bestuurders op een kruisende weg. Voetgangers zijn geen bestuurders en vallen er dus buiten.
Voor laten gaan — bij eigen manoeuvres: wegrijden, afslaan, in- en uitvoegen, in- en uitrit, bijzondere verrichtingen. Geldt ook tegenover voetgangers.
De Rijprocedure gebruikt beide termen naast elkaar, soms in één kopje: “Voorrang verlenen / voor laten gaan”. Het verschil bepaalt of voetgangers meetellen.
3Inhalen of voorbijgaan
Inhalen — bij andere weggebruikers.
Voorbijgaan — bij obstakels: geparkeerde voertuigen, containers, afzettingen, en door de uitzwaai ook borden en zuilen.
4Bestuurder of chauffeur
De wet en de Rijprocedure spreken van bestuurder en weggebruiker. “Chauffeur” is beroepstaal en in gesprek volstrekt gangbaar; de wettelijke term geldt ook voor de fietser en de trambestuurder.