← Alle rubrieken
Voertuigbeheersing · 7 september 2026

De stuurmethode

doorgeven of overpakken — wat de Rijprocedure voorschrijft

De Rijprocedures C en D schrijven de doorgeefmethode voor als norm, en benoemen zelf in welke gevallen daarvan mag worden afgeweken.

De norm: doorgeven

Doorgeefmethode

De rechterhand bestrijkt de rechterhelft van het stuurwiel, de linkerhand de linkerhelft. Het stuur gaat van de ene hand aan de andere over; de handen kruisen elkaar niet. De goede zithouding blijft daarbij gehandhaafd.

Nooit draaien bij stilstand

Draai het stuurwiel nooit als het voertuig stilstaat. Dat geldt voor de vrachtauto én de autobus, en staat in beide Rijprocedures als eerste zin onder “Stuurbehandeling”.

De stuurhouding — controlepunten

  • Stuurwiel niet krampachtig vasthouden.
  • Vingers van beide handen om de buitenkant van het stuurwiel.
  • Stand van de handen ongeveer kwart voor drie.
  • Armen licht gebogen.
  • Duimen op het stuurwiel.
  • Stuurwiel in principe met beide handen vasthouden.
  • Rug voortdurend aangeleund; bij geheel aangesloten rug is het stuurwiel zo veel mogelijk geheel te bestrijken.

Waarom het ertoe doet

  • Gezondheid — een verkeerd aangeleerde zit- en stuurhouding heeft op latere leeftijd nadelige gevolgen voor de gezondheid; Rijprocedure D noemt rugklachten in de inleiding.
  • Voertuiggedrag — een goede stuurbehandeling heeft een positieve invloed op het gedrag van de vrachtauto in bochten (C).
  • Comfort — bij de autobus bepaalt de stuurbehandeling voor een groot deel het comfort van de passagiers; bij staande reizigers weegt dat zwaarder (D).
Bron: CBR Rijprocedure C en D, september 2020 — hoofdstuk 1, Zit- en stuurhouding en Stuurbehandeling; inleiding D · cbr.nl. Controleer bij gebruik of er een nieuwere Rijprocedure is.
© De Graaf Wegwijs · Instructeurswijzer · Gratis te lezen en te gebruiken, ook in de les, met vermelding van De Graaf Wegwijs. Niet doorverkopen en niet onder eigen naam uitgeven. Fout gezien of een vraag? Mail naar jos@degraafwegwijs.nl
Voertuigbeheersing · 7 september 2026

De stuurmethode: afwijken van de norm

wanneer van de doorgeefmethode mag worden afgeweken

Afwijken van de doorgeefmethode mag…Vrachtauto (C)Autobus (D)
in noodsituatiesjaja
bij bijzondere verrichtingen
keren door steken, halve draai, bocht achteruit
jaja
in situaties waarbij vlot sturen een vereiste isjaniet genoemd
Het verschil tussen C en D

Rijprocedure C noemt drie gevallen, Rijprocedure D twee. Het derde — vlot sturen is een vereiste — ontbreekt bij de autobus. D voegt eraan toe dat het stuurwiel met één hand vasthouden de passagiers optisch een onveilig gevoel geeft.

Taal in de Rijprocedure

Het woord “overpakmethode” komt er niet in voor

De Rijprocedures kennen alleen de doorgeefmethode en het afwijken van de doorgeefmethode. Wie “overpakken” als praktijkwoord gebruikt, kan het tussen haakjes achter de vakterm zetten; dan blijft zichtbaar wat de norm is en wat de uitzondering.

Bij het beoordelen

  • Stuurbewegingen worden rustig uitgevoerd (C); bij de bus zó dat de passagiers rustig kunnen blijven zitten (D).
  • Met zo min mogelijk stuurcorrecties de meest ideale lijn; onnodige correcties blijven achterwege.
  • De kijktechniek bij een manoeuvre beïnvloedt de besturing niet negatief — spiegelen trekt niet aan het stuur.
  • Bij het rijden en volgen van bochten hoort een vloeiende stuurbeweging.
Bron: CBR Rijprocedure C en D, september 2020 — hoofdstuk 1, Zit- en stuurhouding en Stuurbehandeling; inleiding D · cbr.nl. Controleer bij gebruik of er een nieuwere Rijprocedure is.
© De Graaf Wegwijs · Instructeurswijzer · Gratis te lezen en te gebruiken, ook in de les, met vermelding van De Graaf Wegwijs. Niet doorverkopen en niet onder eigen naam uitgeven. Fout gezien of een vraag? Mail naar jos@degraafwegwijs.nl
Voertuigbeheersing · 29 september 2026

Aankoppelen van de oplegger

de volgorde, en de controle die alles beslist

Een verkeerde koppeling ziet er van bovenaf goed uit. Pas bij het eerste stuk trekken laat de oplegger los. Daarom is de controle de kern van de handeling.

  1. Oplegger vast. Parkeerrem oplegger erop, keggen, poten op vaste grond. Niemand tussen trekker en oplegger.
  2. Schotel klaar. Vergrendeling open, schotel schoon en gevet (tenzij onderhoudsvrij), niets ertussen.
  3. Iets te laag eronder. Schotel net onder de opleggerplaat, hooguit 5 cm. Rijd eronder tot de kingpin vlak vóór de schotel staat, en stop. Op het examen staat de oplegger bewust schuin.
  4. Omhoog tot de plaat. Luchtvering omhoog tot de schotel de plaat raakt. De oplegger niet optillen.
  5. Achteruit tot de klik. Stapvoets tot de vergrendeling dichtklikt. Niet aanrammen.
  6. Trekproef. Lage versnelling; de oplegger staat nog op zijn parkeerrem.
  7. Uitstappen en controleren. Parkeerrem trekker erop; zie de controle hieronder.
  8. Aansluiten. Eerst geel, dan rood, dan de stekkers.
  9. Afmaken. Luchtvering iets omhoog tot de poten vrij zijn (nu mag de oplegger wél mee), poten omhoog. Parkeerrem oplegger los, keggen weg, luchtvering in de rijstand.
  10. Vertrekcontrole. Verlichting, remtest, rondje om de combinatie.
de vergrendeling om de kingpinde kingpin ligt óp de schotel
Boven goed. Onder te hoog: het lijkt vast, maar zit niet vast.
De controle die alles beslist

Trekproef met de parkeerrem van de oplegger vást, anders trek je hem gewoon mee. Eronder kijken: vergrendeling om de kingpin, hendel helemaal terug, borging erop. Geen ruimte tussen opleggerplaat en schotel.

Geel eerst, rood nooit alleen

Sluit je rood aan terwijl geel nog los is, dan lost de noodrem van de oplegger. Zonder parkeerrem kan hij wegrollen, ook op een kleine helling, en het rempedaal werkt niet op de oplegger. Afkoppelen: rood eerst, geel daarna.

Bron: DGUV Information 214-080 'Kuppeln – aber sicher!' · CBR, Toetsmatrijs praktijkexamen C1E/CE, toetsterm 4.2 · JOST, bedieningshandleiding schotelkoppeling.
© De Graaf Wegwijs · Instructeurswijzer · Gratis te lezen en te gebruiken, ook in de les, met vermelding van De Graaf Wegwijs. Niet doorverkopen en niet onder eigen naam uitgeven. Fout gezien of een vraag? Mail naar jos@degraafwegwijs.nl
Voertuigbeheersing · 29 september 2026

Afkoppelen

de volgorde, en waar het misgaat

  1. Kies de plek. Vlak en vast. Op zand, grind of zacht asfalt platen onder de poten.
  2. Zet recht en iets omhoog. Combinatie in lijn, trekker met de luchtvering iets omhoog.
  3. Remmen vast. Parkeerrem trekker, parkeerrem oplegger, keggen voor de wielen.
  4. Steunpoten omlaag. Tot ze op de grond staan; niet de oplegger optillen.
  5. Leidingen en stekkers los. Eerst rood, dan geel, dan de stekkers; in de parkeerdozen.
  6. Vergrendeling open. Borging eraf, hendel uittrekken.
  7. 30 cm vooruit, dan zakken. Stop na ongeveer 30 cm en laat de trekker met de luchtvering 5 à 10 cm zakken. Blijft de oplegger staan?
  8. Eronder uit. Rustig vooruit, daarna de luchtvering in de rijstand.
Poten en luchtvering: de volgorde ligt vast

Afkoppelen: eerst de poten op de grond, en pas na het openen en 30 cm vooruit de trekker laten zakken. Aankoppelen: eerst vergrendeld en gecontroleerd, dan pas de poten omhoog.

Waar het misgaat

De foutWat er dan gebeurt
Te hoog aangekoppeldDe kingpin ligt óp de schotel in plaats van in de vergrendeling. Bij optrekken, in een bocht of op een hobbel valt de oplegger eraf.
Trekproef zonder remJe trekt de oplegger gewoon mee en denkt dat het goed zit.
Hendel niet helemaal terugDe vergrendeling is niet dicht.
Borging niet eropDoor trillingen kan de hendel opengaan.
Rood aangesloten zonder geelDe noodrem lost: zonder parkeerrem kan de oplegger wegrollen, en hij remt niet mee.
Poten te vroeg omhoogNog niet vergrendeld of gecontroleerd: de oplegger zakt op de trekker of op de grond.
Wegrijden met leidingen vastLeidingen en stekkers scheuren af; de oplegger remt in noodrem.
Parkeerrem oplegger blijft staanRijden met geremde assen: warme trommels of schijven, platte plekken, rook.
Bron: DGUV Information 214-080 'Kuppeln – aber sicher!' en BG Verkehr.
© De Graaf Wegwijs · Instructeurswijzer · Gratis te lezen en te gebruiken, ook in de les, met vermelding van De Graaf Wegwijs. Niet doorverkopen en niet onder eigen naam uitgeven. Fout gezien of een vraag? Mail naar jos@degraafwegwijs.nl
Voertuigbeheersing · 29 september 2026

De koppeling controleren

afkeurmaten, borging en leidingen

De koppeling is een van de weinige onderdelen waar een harde afkeurmaat op staat. Een kingpin van 2 inch is nieuw 50,8 mm; de RDW keurt hem af onder 49,0 mm. Veel speling is er dus niet, en slijtage zie je er van buiten nauwelijks aan.

Kingpin (koppelpen), diameterminimaal
2 inch, smalste deel49,0 mm
2 inch, deel direct daarboven70,0 mm
3,5 inch, smalste deel86,0 mm
3,5 inch, deel direct daarboven110,0 mm

En verder

  • De opleggerplaat (RDW: koppelingsplaat) mag binnen 45 cm van het hart van de kingpin niet meer dan 5 mm onvlak zijn, en niet ernstig vervormd of ingesleten.
  • De vergrendeling moet vanzelf sluiten; de borging moet aanwezig zijn en werken.
  • De schotel hoort gevet, tenzij er een onderhoudsvrije glijplaat op zit.
  • Leidingen zonder scheuren of schuurplekken, koppelingen die goed dichten.
  • Rood is de voorraadleiding, geel de bediening. Aansluiten: geel eerst, rood daarna. Afkoppelen: rood eerst, geel daarna.
Meten doe je met een kaliber of schuifmaat

Meet op het smalste deel, waar de vergrendeling omheen grijpt, en op het deel direct daarboven. De meetbek is op die plek 2 tot 4 mm dik.

Wanneer kijk je waarnaar

MomentWaar je naar kijkt
Elke koppelingVergrendeling en borging, geen ruimte tussen opleggerplaat en schotel, leidingen vrij.
Dagelijkse controleVet op de schotel, beschadiging of scheuren, schuurplekken op de leidingen.
APKDe maten hierboven, en de vlakheid van de plaat. Daar wordt gemeten, niet geschat.
Bron: RDW APK-handboek, schotelkoppeling / opleggerkoppeling en koppelingspen.
© De Graaf Wegwijs · Instructeurswijzer · Gratis te lezen en te gebruiken, ook in de les, met vermelding van De Graaf Wegwijs. Niet doorverkopen en niet onder eigen naam uitgeven. Fout gezien of een vraag? Mail naar jos@degraafwegwijs.nl