Aan- en afkoppelen van de oplegger
De volgorde van handelingen, en de controle die alles beslist.
Een verkeerde koppeling ziet er van bovenaf goed uit, en pas bij het eerste stuk trekken laat de oplegger los. Daarom is de controle de kern van de handeling.
De volgorde
De controle die alles beslist
Links goed. Rechts te hoog aangekoppeld: het lijkt vast te zitten, maar bij optrekken, in een bocht of op een hobbel valt de oplegger eraf.
Drie dingen, elke keer
1. Trekproef met de parkeerrem van de oplegger vást. Anders trek je hem gewoon mee en heb je niets gecontroleerd.
2. Kijk eronder. De vergrendeling zit om de kingpin, de hendel is helemaal terug en de borging zit erop.
3. Geen ruimte. Opleggerplaat en schotel liggen tegen elkaar.
Aansluiten
Geel eerst, rood nooit alleen
Sluit je rood aan terwijl geel nog los is, dan lost de noodrem van de oplegger. Staat zijn parkeerrem niet vast, dan kan hij onverwacht wegrollen, ook op een kleine helling. En het rempedaal werkt dan niet op de oplegger. Bij afkoppelen omgekeerd: eerst rood eraf, dan geel.
| Aansluiting | Waar je op let |
|---|---|
| Geel — bediening | Geeft het remsignaal door. Gaat er als eerste op en als laatste af. Zonder deze leiding remt de oplegger niet mee met het rempedaal. |
| Rood — voorraad | Brengt voorraadlucht naar de oplegger. Gaat er als laatste op en als eerste af. Gaat hij eraf, dan remt de oplegger vanzelf, maar dat is geen parkeerrem: die remkracht lekt weg. Dus altijd parkeerrem van de oplegger vast en keggen. |
| Stekkers | Verlichting en ABS/EBS. Kijk of het ABS/EBS-lampje uitgaat. |
Op het CE-examen
Het CBR toetst koppelen en loskoppelen bij C(1)E als toetsterm 4.2. De voertuigen staan daarbij niet in het verlengde van elkaar: de oplegger staat met opzet schuin, en jij zet de trekker er zo recht mogelijk voor.
Afkoppelen, stap voor stap
Poten en luchtvering: de volgorde ligt vast
Afkoppelen: eerst de steunpoten op de grond, en pas na het openen en 30 cm vooruit de trekker laten zakken. Aankoppelen: eerst de schotel tegen de plaat, vergrendeld en gecontroleerd, en pas dan de poten omhoog.
Loop er nog één keer omheen
Staat de oplegger stabiel? Zakken de poten niet weg? Hangen alle leidingen op hun plek en ligt er niets op de grond?
Waar het misgaat
| De fout | Wat er dan gebeurt |
|---|---|
| Te hoog aangekoppeld | De kingpin ligt óp de schotel in plaats van in de vergrendeling. Het lijkt vast te zitten, maar bij optrekken, in een bocht of op een hobbel valt de oplegger eraf. |
| Trekproef zonder rem | Je trekt de oplegger gewoon mee en denkt dat het goed zit. |
| Hendel niet helemaal terug | De vergrendeling is niet dicht. |
| Borging niet erop | Door trillingen kan de hendel opengaan. |
| Rood aangesloten zonder geel | De noodrem lost: zonder parkeerrem kan de oplegger wegrollen, en hij remt niet mee. |
| Steunpoten te vroeg omhoog | Nog niet vergrendeld of gecontroleerd: de oplegger zakt op de trekker of op de grond. |
| Wegrijden met leidingen vast | Leidingen en stekkers scheuren af; de oplegger remt in noodrem. |
| Parkeerrem oplegger blijft staan | Rijden met geremde assen: warme trommels of schijven, platte plekken, rook. |
Wat je aan de koppeling controleert
| Kingpin (koppelpen), diameter | minimaal |
|---|---|
| 2 inch, smalste deel | 49,0 mm |
| 2 inch, deel direct daarboven | 70,0 mm |
| 3,5 inch, smalste deel | 86,0 mm |
| 3,5 inch, deel direct daarboven | 110,0 mm |
Meten met een kaliber of schuifmaat, op het smalste deel waar de vergrendeling omheen grijpt. Een 2-inch kingpin is nieuw 50,8 mm, dus veel speling is er niet.
- De opleggerplaat (bij de RDW: koppelingsplaat) mag binnen 45 cm van het hart van de kingpin niet meer dan 5 mm onvlak zijn.
- De vergrendeling moet vanzelf sluiten en de borging moet werken.
- De schotel hoort gevet, tenzij er een onderhoudsvrije glijplaat op zit.
- Leidingen zonder scheuren of schuurplekken, koppelingen die goed dichten.