Weg en verkeer · nagekeken 9 oktober 2026 · versie 1.3

Welke weg is dit?
En wat betekenen de strepen?

Niet elke weg is hetzelfde. Aan de strepen op de weg zie je wat voor weg het is, hoe hard je ongeveer mag en wat je wel en niet mag doen.

Drie soorten wegen

Denk aan water. Het water uit je tuin loopt naar een sloot, de sloot loopt naar een beek en de beek naar een grote rivier. Wegen werken net zo.

1

Erftoegangsweg
De weg bij huizen en boerderijen. Hier begint en eindigt elke rit.

▼
2

Gebiedsontsluitingsweg
De weg die het dorp of de wijk verbindt met de grote weg.

▼
3

Stroomweg
De snelweg. Hier rijd je snel en ver door.

1. Erftoegangsweg

De weg naar de voordeur

“Erf” betekent: het stuk grond bij een huis of boerderij. Deze weg brengt je dus tot aan de deur. Auto's, fietsers, voetgangers en trekkers gebruiken samen dezelfde weg.

Geen streep in het midden
Buiten de kom meestal 60 km/u
  • Geen streep in het midden. Dat is het belangrijkste kenmerk.
  • Soms onderbroken strepen langs de kant. Op een smal weggetje vaak helemaal geen strepen.
  • Kruispunten zijn meestal gelijkwaardig: bestuurders van rechts gaan voor.
  • Binnen de kom is dit de woonstraat, meestal een 30-zone.

2. Gebiedsontsluitingsweg

De weg van het dorp naar de grote weg

“Ontsluiten” betekent: open maken, bereikbaar maken. Deze weg maakt een dorp of wijk bereikbaar. Hij verbindt de kleine wegen met de snelweg.

Dubbele streep in het midden
Buiten de kom meestal 80 km/u
  • Dubbele streep in het midden. Vaak met groen ertussen. Zo herken je deze weg.
  • Over een dubbele doorgetrokken streep mag je niet heen. Inhalen gaat hier dus meestal niet.
  • Fietsers hebben vaak een eigen fietspad naast de weg.
  • Kruispunten zijn vaak rotondes of kruispunten met verkeerslichten.
  • Binnen de kom is dit de grote weg door de wijk, meestal 50 km/u.

3. Stroomweg

De snelweg: doorrijden

Het verkeer moet hier “stromen”, net als water in een rivier. Er zijn geen kruispunten en geen verkeerslichten. Je rijdt de weg op via een invoegstrook en eraf via een uitrijstrook.

vluchtstrook vluchtstrook middenberm
Snelweg overdag 100 km/u (personenauto)
  • Twee aparte rijbanen, met een middenberm of vangrail ertussen. Tegenliggers kom je dus niet tegen.
  • Geen kruispunten: wegen gaan er via een brug of tunnel over of onder.
  • Meestal rechts een vluchtstrook, alleen voor pech of nood.
  • Langzaam verkeer (fietsers, trekkers, brommers) mag hier niet komen.
  • Vrachtauto's en bussen hebben hun eigen, lagere maximumsnelheid.

Snel onthouden

Kijk naar het midden van de weg:

  • Geen streep → erftoegangsweg (buiten de kom 60)
  • Dubbele streep → gebiedsontsluitingsweg (buiten de kom 80)
  • Middenberm of vangrail → stroomweg

Twijfel je? De borden langs de weg gaan altijd voor.

De strepen op de weg

De strepen op de weg heten belijning of markering. Ze vertellen je waar je mag rijden en wat je niet mag doen.

Doorgetrokken streep

Niet overheen. Ook niet een klein stukje, ook niet om in te halen.

Onderbroken streep

Mag je overheen, als het veilig is. Korte strepen met lange gaten. Hij verdeelt de weg in rijstroken.

Waarschuwingsstreep

Mag je nog overheen, maar let op: lange strepen met korte gaten. Straks komt er een doorgetrokken streep. Rond het inhalen dus af.

Doorgetrokken + onderbroken

Deze kant: mag eroverDeze kant: mag niet

Kijk welke streep aan jouw kant ligt. Onderbroken aan jouw kant: mag. Doorgetrokken aan jouw kant: mag niet.

Dubbele doorgetrokken streep

Niet overheen. Vaak met groen ertussen. Je ziet hem op de gebiedsontsluitingsweg.

Blokmarkering

invoegstrook / uitrijstrook

Korte, dikke blokjes. Ze scheiden een invoegstrook of uitrijstrook van de gewone rijstrook. Je mag eroverheen om in of uit te voegen.

Haaientanden

je rijdt

Voorrang verlenen. De punten wijzen naar jou: je moet voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg.

Stopstreep

Hier stoppen bij een stopbord of een rood verkeerslicht. Niet erover, maar ervóór stilstaan.

Verdrijvingsvlak

Niet op rijden en niet op stilstaan. Schuine strepen met een rand eromheen. Hij duwt het verkeer de goede kant op.

Pijlen op de weg

Voorsorteren. Sta je in een strook met een pijl, dan moet je die richting op.

Gele strepen bij werk

Bij wegwerkzaamheden. Geel gaat voor wit. Volg de gele strepen, ook als de witte er nog staan.

Gele streep langs de rand van de rijbaan

niet stilstaanniet parkeren

Doorgetrokken geel: niet stilstaan.
Onderbroken geel: niet parkeren. In- en uitstappen of laden mag hier wel even.

Kort samengevat

  • Doorgetrokken = niet overheen
  • Onderbroken = mag overheen (als het veilig is)
  • Lange strepen, korte gaten = let op, straks doorgetrokken
  • Haaientanden = voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg
  • Geel gaat voor wit

Bron: RVV 1990 · CROW, essentiële herkenbaarheidskenmerken. Nagekeken 7 oktober 2026. De borden langs de weg gaan altijd voor. Deze uitleg is een hulpmiddel, geen wettekst.

© De Graaf Wegwijs · Gebruik het gerust, ook in de les, met vermelding van De Graaf Wegwijs. Niet doorverkopen en niet onder eigen naam uitgeven. Fout gezien of een vraag? Mail naar jos@degraafwegwijs.nl