Vergunningen in het goederenvervoer
De NIWO, de Eurovergunning en de eisen daarbij: wie er een moet hebben, wat er wordt getoetst, en welke papieren de soort rit en de soort lading er nog bij brengen.
1Eerst de vraag die alles bepaalt
Je vervoert goederen van een ander, tegen betaling. Daarvoor heb je de Eurovergunning nodig.
Je vervoert goederen van je eigen bedrijf. Vervoeren is niet waar het bedrijf zijn geld mee verdient.
Dat is de scheidslijn, niet het gewicht en niet de afstand. Rijd je goederen van een ander zonder vergunning, dan is dat een economisch delict — niet een boete langs de weg, maar een zaak tegen het bedrijf.
2Wanneer is de Eurovergunning nodig?
| Beroepsvervoer met een voertuig dat… | Eurovergunning? |
|---|---|
| … een toegestane maximummassa boven 2.500 kg heeft, of een laadvermogen boven 500 kg twee losse grenzen — één van de twee is al genoeg | Ja de grens van 500 kg laadvermogen gold al lang; de grens van 2.500 kg kwam erbij op 1 januari 2024 |
| … onder allebei die grenzen blijft een kleine bestelauto, licht én met weinig laadvermogen | Nee |
| Eigen vervoer, welk voertuig dan ook | Nee maar je moet wél kunnen aantonen dat het eigen vervoer is |
Hij geldt in heel Europa, maar je hebt hem óók nodig als je alleen binnen Nederland rijdt. Anders dan bij de tachograaf, waar 2.500 kg alleen telt bij vervoer naar het buitenland en het laadvermogen niet meetelt.
3De vijf eisen die de NIWO toetst
1Reële vestiging
Een echt kantoor in Nederland waar de administratie ligt, ingeschreven bij de KvK. Geen postbus.
2Betrouwbaarheid
Een Verklaring Omtrent het Gedrag, niet ouder dan 2 maanden. Zware overtredingen kosten de vergunning.
3Kredietwaardigheid
Eigen vermogen: € 9.000 voor het eerste en € 5.000 voor elk volgend voertuig, via een accountant.
4Vakbekwaamheid
Iemand in het bedrijf heeft het vakdiploma ondernemer: 6 deelexamens bij het CBR.
5Beschikken over een voertuig
Het bedrijf heeft minstens één voertuig waarmee het vervoer echt wordt gedaan, in Nederland ingeschreven. Geen voertuig is geen vervoer, en dus geen vergunning.
De NIWO geeft de vergunning af en bewaakt of het bedrijf aan de eisen blijft voldoen. Hij is 5 jaar geldig en wordt daarna opnieuw getoetst; voldoet het bedrijf tussendoor niet meer, dan kan hij worden ingetrokken.
4Het voertuigregister en het bewijs in de auto
Sinds 1 januari 2024 houdt het bedrijf de kentekens van al zijn voertuigen bij in het voertuigregister van de NIWO, en zet het ze daar op actief of inactief.
Daarbij krijgt het bedrijf vergunningbewijzen: gewaarmerkte afschriften, genoeg voor elk voertuig dat tegelijk rijdt. Zo'n bewijs zit niet vast aan één kenteken — binnen je eigen wagenpark mag je wisselen — maar in elke auto die beroepsvervoer doet ligt er één. Een kopie is niet genoeg.
5Welke soort rit is het?
| De soort rit | Wat je nodig hebt |
|---|---|
| Binnenlands vervoer laden én lossen in Nederland | De Eurovergunning, met het vergunningbewijs in de auto. |
| Bilateraal vervoer tussen Nederland en één ander land | Binnen de EU dezelfde Eurovergunning. Naar een land buiten de EU een CEMT-vergunning (geldig per kalenderjaar, ruim 40 landen) of, voor één rit, een ritmachtiging. |
| Transitovervoer doorvoer: je rijdt door een land heen zonder daar te laden of te lossen | Binnen de EU niets extra. Ook een doorvoerland buiten de EU moet onder je CEMT of je ritmachtiging vallen. |
| Derdelandenvervoer tussen twee landen waar jouw bedrijf niet zit — Duitsland naar Polen | Binnen de EU gewoon met de Eurovergunning. Op CEMT hoogstens 3 beladen ritten zonder Nederland; daarna moet de auto terug naar huis. |
| Cabotage binnenlands vervoer in een ander land | 3 ritten in 7 dagen na het lossen van je inkomende internationale rit, daarna 4 dagen wachten voor hetzelfde voertuig. Op een CEMT mag cabotage nooit. |
6Wat vervoer je?
| De lading | Wat er dan bij komt |
|---|---|
| Gewone goederen | Niets extra's. De Eurovergunning is genoeg. |
| Afval | Het bedrijf moet op de VIHB-lijst staan — vervoerder, inzamelaar, handelaar of bemiddelaar. Ook die lijst houdt de NIWO bij. Per vracht rijd je met een begeleidingsbrief. |
| Gevaarlijke stoffen | Geen aparte vergunning. Meestal wel een ADR-certificaat voor jou, een veiligheidsadviseur bij het bedrijf en de juiste papieren. Bij kleine hoeveelheden (1000-puntenregeling, LQ) hoeft dat niet, een instructie (ADR 1.3) wel. |
| Levende dieren | Boven 65 km een vervoerdersvergunning van de NVWA: type 1 tot 8 uur, type 2 daarboven (voertuig gekeurd). Jij hebt een getuigschrift van vakbekwaamheid nodig. |
| Te lang, te breed, te hoog of te zwaar | Een ontheffing van de RDW voor exceptioneel transport: incidenteel voor één rit, of een jaarontheffing. De route staat erin, en daar mag je niet van afwijken. |
Vervoer je personen met een bus? Dan geldt een eigen communautaire vergunning voor personenvervoer, aan te vragen bij Kiwa Register. De Eurovergunning voor goederen dekt dat niet.
7Wat hoort er in de cabine?
- Het vergunningbewijs van dít voertuig. Het gewaarmerkte afschrift, geen kopie.
- Je rijbewijs met code 95 en je bestuurderskaart.
- De vrachtbrief van de rit. Internationaal: de CMR-vrachtbrief.
- Wat bij de lading hoort. Begeleidingsbrief bij afval, vervoersdocument bij gevaarlijke stoffen, dierpapieren, de ontheffing bij exceptioneel transport.
Het vergunningbewijs hoort bij het voertuig, de vrachtbrief bij de lading, de ontheffing bij de route. Wissel je van auto of van vracht, dan wisselen de papieren mee.
En let op het verschil: de Eurovergunning is van het bedrijf, jouw code 95 is van jou. Het een vervangt het ander niet, en ze kunnen los van elkaar mis zijn.
Vervoerders en modaliteiten
De eenvoudige uitleg: wat er gebeurt als er meer dan één vervoerder is, en hoe de modaliteiten samenwerken, tot en met de modal shift.
1Eén lading, meer vervoerders
Een lading gaat lang niet altijd met één auto van deur tot deur. Hij wordt overgeladen, uitbesteed, of in stukken geknipt. De vraag die dan telt: bij wie klopt de afzender aan als er iets misgaat? Dat hangt af van hoe de overeenkomsten zijn gesloten, en daar zijn drie vormen voor.
2De drie vormen naast elkaar
| Vorm | Hoe het in elkaar zit | Vrachtbrief | Wie is aansprakelijk? |
|---|---|---|---|
| Opvolgend vervoer | Eén overeenkomst. Vervoerder 2 neemt de goederen én de vrachtbrief over van vervoerder 1 en wordt daardoor partij bij diezelfde overeenkomst. | Eén vrachtbrief, die de hele reis meegaat. | Ieder voor het hele vervoer. De afzender mag de eerste, de laatste, of de vervoerder op wiens stuk het misging aanspreken, voor alle schade. Onderling halen ze het daarna bij de schuldige. |
| Ondervervoer | Twee overeenkomsten. De hoofdvervoerder sluit het contract met de afzender en besteedt de rit uit aan een ondervervoerder (de charter). | De ondervervoerder rijdt op de vrachtbrief van de hoofdvervoerder, of op een eigen. | De hoofdvervoerder. De afzender kent alleen hem. Hij is aansprakelijk voor wat zijn ondervervoerder doet, alsof hij het zelf deed. |
| Aansluitend vervoer | Een overeenkomst per stuk. De afzender regelt zelf met iedere vervoerder een eigen deel van de reis. | Voor elk stuk een eigen vrachtbrief. | Ieder alleen voor zijn eigen stuk. Schade op stuk twee? Dan klopt de afzender bij vervoerder twee aan, en bij niemand anders. |
Opvolgend: één contract, iedereen erin.
Onder: één baas, die uitbesteedt.
Aansluitend: ieder zijn eigen stuk.
Een vervoerder die het contract sluit maar zelf geen auto laat rijden. Hij bestaat op papier, en is toch volledig aansprakelijk tegenover de afzender.
3Wat het voor jou betekent
Dat is de valkuil van opvolgend vervoer. Je hoeft niets te tekenen bij de afzender: door de lading met de vrachtbrief aan te nemen ben je partij geworden en sta je in voor het hele vervoer, ook voor schade die er al was voordat jij kwam. De Hoge Raad heeft dat nog aangescherpt: ook als er maar één echte rijder is achter een papieren vervoerder, geldt die rijder als opvolgend vervoerder.
Daarom: controleer de lading bij het overnemen en zet wat je ziet in vak 18 van de vrachtbrief. Zonder voorbehoud is de lading bij jou in goede staat aangekomen, en dus bij jou beschadigd.
4Zo zie je het op de vrachtbrief
| Vak | Wat erin staat |
|---|---|
| 16 | De vervoerder: wie het contract met de afzender heeft. Bij ondervervoer is dat de hoofdvervoerder, niet degene die rijdt. |
| 17 | De opvolgende vervoerders: wie de goederen en de vrachtbrief onderweg heeft overgenomen. Staat hier een naam, dan is het opvolgend vervoer. |
| 18 | Voorbehoud en opmerkingen van de vervoerder: wat je bij het aannemen zag. Dit vak beschermt jou. |
5De zes modaliteiten
Een modaliteit is een manier van vervoeren. Elke is ergens goed in en ergens slecht in; daarom bestaan ze naast elkaar.
| Modaliteit | Sterk in | Zwak in |
|---|---|---|
| Weg | Van deur tot deur, snel, overal, ook kleine partijen. De enige die bij de klant voor de deur komt. | Duur per ton over lange afstand, files, uitstoot per tonkilometer het hoogst. |
| Spoor | Grote hoeveelheden over lange afstand, vaste dienstregeling, weinig uitstoot. | Alleen van terminal naar terminal; de laatste kilometers moeten anders. |
| Binnenvaart | Bulk en containers, heel goedkoop per ton, één schip vervangt tientallen auto’s. | Traag, alleen waar water is, gevoelig voor lage waterstanden. |
| Zeevaart | Alles wat de wereld over moet; bijna een derde van wat Nederland vervoert. | Traag; begint en eindigt in een haven. |
| Lucht | Snel en ver: bederfelijk, spoed, kostbaar. | Heel duur, weinig gewicht, meeste uitstoot. |
| Buisleiding | Olie, gas, chemie: continu, onzichtbaar, zonder verkeer. | Alleen voor vloeistof en gas, en alleen waar de buis ligt. |
6Als ze samenwerken
- Multimodaal: de lading gaat met meer dan één modaliteit. Meer zegt het woord niet.
- Intermodaal: multimodaal, maar de lading blijft in dezelfde laadeenheid — de container of de wissellaadbak gaat over, de lading zelf wordt niet overgeladen.
- Gecombineerd vervoer: het lange stuk per spoor of water, het korte stuk aan het begin en het eind over de weg. De vorm die de overheid wil stimuleren.
- Stapelvervoer: de hele vrachtauto of oplegger gaat mee op de trein of de boot. Het CMR-verdrag noemt dit in artikel 2. Ook wel ro-ro of huckepack.
- Synchromodaal: de vervoerder kiest per zending, op het laatste moment, de modaliteit die op dat moment het best past.
7Modal split en modal shift
Van alle goederen die binnen Nederland worden vervoerd gaat twee derde over de weg, 18 % door de buis en bijna 14 % over het water. Het spoor doet de rest, een paar procent. CBS, 2024.
Lading van de weg af, naar water en spoor. Omdat een vrachtauto per tonkilometer meer uitstoot dan een schip of een trein, omdat de weg vol staat, en omdat de bruggen en sluizen de komende jaren op de schop gaan.
Een schip wacht bij de terminal op zijn beurt. Een lage Rijn betekent halve schepen en dubbele prijzen. Sluizen en bruggen zijn krap. En het wegvervoer wordt zelf ook schoner en goedkoper — elke keer dat de weg beter wordt, wordt de verschuiving moeilijker.
Ook bij de mooiste modal shift begint en eindigt bijna elke lading op een vrachtauto: van de fabriek naar de terminal, en van de terminal naar de klant. Dat heet het voor- en natransport. Wat verandert is het lange stuk ertussen. Voor jou: meer korte ritten van en naar terminals, en vaker een container achter de trekker.
Eigenaar, houder en bestuurder
De eenvoudige uitleg: wie is wie, wie draait waarvoor op, met achttien voorbeelden uit de praktijk.
1Vier rollen bij één voertuig
De wet kent er drie: eigenaar, houder en bestuurder. In de praktijk komt er een vierde bij die belangrijker is dan alle drie: de kentekenhouder.
| Wie | Wat de wet ermee bedoelt | In de praktijk |
|---|---|---|
| Eigenaar | Van wie het voertuig is. Gekocht en betaald, of geleverd onder eigendomsvoorbehoud tot de laatste termijn. | De ondernemer, of de bank of leasemaatschappij zolang de auto nog niet is afbetaald. |
| Houder | Wie het voertuig duurzaam in gebruik heeft zonder eigenaar te zijn: huurkoop, vruchtgebruik, of ‘anderszins tot duurzaam gebruik onder zich’. | Het bedrijf dat leaset. De houder heeft dezelfde plichten als de eigenaar. |
| Bestuurder | Wie het voertuig bestuurt. En ook: wie iemand anders onder zijn onmiddellijk toezicht laat rijden. | Jij achter het stuur. In de lesauto: de instructeur, niet de leerling. |
| Kentekenhouder | Op wiens naam het kenteken staat. De wet zegt: die wordt, tenzij anders blijkt, gezien als eigenaar of houder. | Daarom komt bijna alles wat ‘van de auto’ is bij het kenteken terecht: de boete, de APK, de verzekering, de belasting. |
2Drie vragen, drie antwoorden
‘Aansprakelijk’ is niet één ding. Het hangt ervan af welke vraag je stelt.
| Om wat voor vraag gaat het? | Wie draait ervoor op | Waar het staat |
|---|---|---|
| Wie krijgt de boete? | Aangehouden: de bestuurder. Niet aangehouden (flitser, parkeren): de kentekenhouder, punt. Niet omdat hij reed, maar omdat het zijn kenteken is. | Wet Mulder, artikel 5. Voor strafbare feiten: WVW artikel 181 — daar mag de kentekenhouder de echte bestuurder nog noemen. |
| Wie betaalt de schade aan een ander? | De WAM-verzekeraar van het voertuig; de benadeelde mag die rechtstreeks aanspreken. Achter de verzekeraar staat wie de fout maakte, en bij een chauffeur in loondienst: de werkgever. | WAM artikel 2 en 6; BW artikel 6:162 en 6:170. Tegenover fietsers en voetgangers: WVW artikel 185. |
| Wie zorgt dat de auto in orde is? | De eigenaar of houder: APK, verzekering, belasting, technische staat. Maar zodra er gereden wordt: de bestuurder ook. Een verlopen APK of een kale band is een bon voor allebei. | WVW artikel 72 lid 3; Regeling voertuigen, hoofdstuk 5; WAM artikel 30. |
3Voor de chauffeur in loondienst
- De flitsboete komt bij de baas binnen. Hij mag hem op jou verhalen: de Hoge Raad heeft op 13 juni 2008 beslist dat een werkgever verkeersboetes van zijn chauffeurs mag doorberekenen.
- Schade aan een ander door jouw fout: de werkgever is aansprakelijk, en zijn verzekeraar betaalt. Jij komt pas in beeld bij opzet of bewuste roekeloosheid.
- Schade aan de eigen vrachtauto of de lading: hetzelfde. Wie een bedrijfsauto in de prak rijdt, betaalt niet mee — tenzij hij dronken reed of er willens en wetens een gok mee nam.
- De staat van de auto: hier ben jij wél aan de beurt. Rijd je met een verlopen APK of met kale banden, dan is dat ook jouw bon, ook al is het niet jouw auto.
4Wie draait ervoor op? Achttien voorbeelden uit de praktijk
| Wat er gebeurt | Wie draait ervoor op | Waarom |
|---|---|---|
| 1. Geflitst, 12 km/u te hard, niemand aangehouden | Kentekenhouder | Wet Mulder: het kenteken betaalt. De baas mag het op jou verhalen. |
| 2. Staande gehouden voor te hard rijden | Bestuurder | Aangehouden is aangehouden: de bon is voor wie reed. |
| 3. Parkeerboete of naheffing | Kentekenhouder | Niemand vraagt wie de auto neerzette. |
| 4. Rijden onder invloed | Bestuurder | Een misdrijf. Dat hangt aan de mens, nooit aan het kenteken. |
| 5. Doorrijden na een aanrijding | Bestuurder | Idem. En de kentekenhouder moet zeggen wie er reed, anders draait hij ervoor op (WVW 181). |
| 6. APK verlopen, jij rijdt de auto van de baas | Kentekenhouder én bestuurder | WVW 72 lid 3 noemt allebei. Kijk het zelf na bij de RDW: kenteken intikken is genoeg. |
| 7. Onverzekerd op de weg | Kentekenhouder én bestuurder | WAM 30: de houder omdat hij niet verzekerde, de bestuurder omdat hij reed. |
| 8. Kale band of kapotte verlichting, aangehouden | Bestuurder én eigenaar/houder | De een mag er niet mee rijden, de ander mag er niet mee laten rijden. |
| 9. Overbeladen | Bestuurder én eigenaar/houder | Jij laadde, de baas liet je zo wegrijden. Twee bonnen zijn mogelijk. |
| 10. Rij- en rusttijden overschreden | Bestuurder én werkgever | Het Arbeidstijdenbesluit vervoer richt zich op allebei. Zie de uitleg over rij- en rusttijden. |
| 11. Fietser aangereden, jij reed foutloos | Eigenaar/houder | WVW 185: zonder overmacht toch aansprakelijk. Een volwassene krijgt minstens 50 %, een kind onder 14 alles. |
| 12. Andere auto aangereden door jouw fout, in diensttijd | Werkgever | BW 6:170: zijn WAM-verzekeraar betaalt. Jij alleen bij opzet of bewuste roekeloosheid. |
| 13. Eigen vrachtauto van de baas beschadigd | Werkgever | BW 7:661: de werknemer betaalt niet mee, behalve bij opzet of bewuste roekeloosheid. Dronken rijden telt als bewust roekeloos. |
| 14. Gestolen auto, geflitst | Niemand, mits aangifte | Wahv 8: de kentekenhouder maakt aannemelijk dat het tegen zijn wil was. Doe aangifte, meteen. |
| 15. Huurauto, geflitst | Huurder | De verhuurder overlegt de huurovereenkomst (bedrijfsmatig, hoogstens 3 maanden) en de boete gaat door naar de huurder. |
| 16. Leaseauto van de zaak, geflitst | Kentekenhouder: lease of baas | Die stuurt hem door naar de werkgever, en die naar jou. Drie stappen, zelfde boete. |
| 17. Auto verkocht, koper geflitst vóór de overschrijving | Wie in het register stond | Met het vrijwaringsbewijs laat je hem vernietigen (Wahv 8). Zonder vrijwaring: jouw probleem. |
| 18. Leerling rijdt in de lesauto door rood | Instructeur | WVW 1: wie iemand onder zijn onmiddellijk toezicht laat rijden, is de bestuurder. |
Wat je doet achter het stuur is van jou. Wat de auto is — verzekerd, gekeurd, betaald — is van het kenteken. En alles wat daartussen zit, zoals de staat van de banden en de belading, is van allebei.