ADR basis: oefenexamen
Test jezelf: 25 vragen, zoals bij het CBR.
Oefenexamen ADR basis
25 vragen in 45 minuten, zoals bij het CBR.
Zo ziet het CBR-examen ADR basis eruit: 25 meerkeuzevragen in 45 minuten. Eerst 15 losse vragen, dan 2 casussen met elk 5 vragen. Je hebt 18 goed nodig. Pak pen en papier, zet een klok op 45 minuten en kijk pas daarna naar de antwoorden onderaan.
1Losse vragen (1 tot en met 15)
1. Wat betekent een X vóór het gevaarsnummer op het oranje bord?
- De stof reageert gevaarlijk met water.
- De stof kan ontploffen.
- De stof is extra giftig.
2. Welke klasse heeft een blauw gevaarsetiket?
- Klasse 2.2
- Klasse 4.3
- Klasse 5.1
3. Hoe lang is het ADR-certificaat van de chauffeur geldig?
- 3 jaar
- 5 jaar
- 10 jaar
4. Wie geeft de schriftelijke instructies mee aan de bemanning?
- De afzender
- De ontvanger
- De vervoerder
5. In welke volgorde staan de gegevens van een stof in het vervoersdocument?
- Naam, UN-nummer, verpakkingsgroep, etiket, tunnelcode
- UN-nummer, naam, etiket, verpakkingsgroep, tunnelcode
- Etiket, UN-nummer, naam, tunnelcode, verpakkingsgroep
6. Wat betekent verpakkingsgroep I?
- Gering gevaar
- Middelmatig gevaar
- Groot gevaar
7. Op een oranje bord staat bovenaan 30. Wat betekent dat?
- Brandbare vloeistof, zonder bijkomend gevaar
- Zeer licht ontvlambare vloeistof
- Brandbaar gas
8. Een transporteenheid met een toegestane maximummassa van 18 ton rijdt onder de volledige ADR. Welke blusapparaten zijn verplicht?
- Eén blusapparaat van 6 kg
- Minstens 2 apparaten, samen minstens 12 kg, waarvan één van minstens 6 kg
- Twee apparaten van 2 kg
9. Mag u bij volledige ADR een lifter meenemen?
- Ja, als hij een waarschuwingsvest draagt
- Nee, alleen de bemanning mag mee
- Ja, maar hoogstens één persoon
10. In het vervoersdocument staat bij een stof (D/E). U vervoert hem in colli, onder de volledige ADR (met oranje borden). Door welke tunnels mag u niet?
- Door tunnels van categorie E
- Door tunnels van categorie D en E
- U mag door alle tunnels
11. Wat is de factor bij vervoerscategorie 2 in de 1000-puntenregeling?
- × 50
- × 3
- × 1
12. Bij welk etiket is oogspoelvloeistof NIET verplicht?
- Etiket 2.1
- Etiket 3
- Etiket 8
13. U vervoert stukgoed onder de volledige ADR. Welke oranje borden moeten er op de auto?
- Borden met nummers aan de zijkanten
- Geen borden
- Een leeg oranje bord voor en achter
14. U rijdt onder de volledige ADR. Wat moet elk lid van de bemanning bij zich hebben?
- Een identiteitsbewijs met foto
- Een kopie van het kentekenbewijs
- Alleen het vervoersdocument
15. Bij een ongeval komt er damp uit een lekkend vat. Waar gaat u staan?
- Aan de kant waar de wind naartoe waait
- Op afstand, aan de kant waar de wind vandaan komt
- Vlak bij het vat, om het lek te dichten
2Casus 1 (vragen 16 tot en met 20)
16. Hoeveel punten heeft deze lading volgens de 1000-puntenregeling?
- 500
- 700
- 1300
17. Valt deze rit onder de vrijstelling van de 1000-puntenregeling?
- Ja, want het is niet meer dan 1000 punten
- Nee, want er zit benzine in
- Nee, want het is meer dan 500 liter
18. Welk blusapparaat moet er minstens aan boord zijn?
- Geen
- Eén blusapparaat van 2 kg
- Twee apparaten, samen 4 kg
19. Heeft de chauffeur een ADR-certificaat nodig?
- Ja, altijd bij benzine
- Nee, maar wel een opleiding die bij zijn werk past
- Nee, en ook geen opleiding
20. Moet er een vervoersdocument mee?
- Nee, dat hoeft bij de vrijstelling niet
- Alleen als de politie erom vraagt
- Ja, met daarop ook de puntentelling
3Casus 2 (vragen 21 tot en met 25)
21. Welke nummers staan op het oranje bord met nummers?
- 30 boven, 1203 onder
- 33 boven, 1203 onder
- 33 boven, 1202 onder
22. Er zit maar één stof in de tank. Hoe mogen de borden?
- Borden met nummers voor en achter; dan mogen de borden aan de zijkanten weg
- Alleen lege borden voor en achter
- Alleen borden aan de zijkanten, voor en achter niets
23. Door welke tunnels mag u met deze tankauto NIET?
- Alleen tunnels van categorie E
- Tunnels van categorie D en E
- Tunnels van categorie B, C, D en E
24. U heeft gelost. De tank is leeg maar nog niet schoongemaakt. Wat doet u met de oranje borden?
- Weghalen, de tank is leeg
- Afdekken
- Laten zitten
25. Onderweg ontstaat een kleine brand in de motorruimte. Wat doet u?
- Blussen met het blusapparaat, als dat veilig kan
- Niet blussen, alleen weglopen
- De tank natspuiten met water
Klaar? Bekijk hier de antwoorden
| Vraag | Goed | Waarom | Lees nog eens |
|---|---|---|---|
| 1 | A | Een X betekent: gevaarlijke reactie met water. Dus niet met water blussen. | deel 1 |
| 2 | B | Blauw = 4.3: stoffen die met water een brandbaar gas maken. 2.2 is groen, 5.1 is geel. | deel 1 |
| 3 | B | Het certificaat is 5 jaar geldig. Verleng in het laatste jaar, dan sluit de nieuwe geldigheid aan op de oude. | deel 1 |
| 4 | C | De vervoerder geeft ze, in een taal die de bemanning kan lezen en begrijpen. | deel 2 |
| 5 | B | Bijvoorbeeld: UN 1203 BENZINE, 3, II, (D/E). | deel 2 |
| 6 | C | I = groot, II = middelmatig, III = gering gevaar. | deel 1 |
| 7 | A | De 3 = brandbare vloeistof, de 0 = geen bijkomend gevaar. 33 zou zeer licht ontvlambaar zijn. | deel 1 |
| 8 | B | Boven 7,5 ton: minstens 2 apparaten, samen 12 kg, één van minstens 2 kg voor motor en cabine en één van minstens 6 kg. | deel 2 |
| 9 | B | Passagiers zijn verboden. Alleen leden van de bemanning mogen mee. | deel 1 |
| 10 | A | Bij (D/E) geldt D en E alleen voor tank of bulk. Als stukgoed is alleen E verboden. | deel 2 |
| 11 | B | Categorie 1 × 50, categorie 2 × 3, categorie 3 × 1, categorie 4 × 0. | deel 3 |
| 12 | A | Oogspoelvloeistof hoeft niet bij etiket 1, 1.4, 1.5 en 1.6, en bij de gassen 2.1, 2.2 en 2.3. | deel 2 |
| 13 | C | Stukgoed: leeg bord voor en achter. Borden met nummers horen meestal bij tank of bulk. | deel 1 |
| 14 | A | Iedereen van de bemanning heeft een identiteitsbewijs met foto bij zich. | deel 1 |
| 15 | B | Blijf op afstand, aan de kant waar de wind vandaan komt. Dan waait de damp van je af. | deel 3 |
| 16 | B | 100 liter × 3 = 300, plus 400 liter × 1 = 400. Samen 700. | deel 3 |
| 17 | A | 700 punten is niet meer dan 1000. De vrijstelling geldt dus. | deel 3 |
| 18 | B | Bij de 1000-puntenregeling is één blusapparaat van 2 kg verplicht. | deel 2 |
| 19 | B | Onder de vrijstelling is geen ADR-certificaat nodig, wel een opleiding. | deel 3 |
| 20 | C | Het vervoersdocument blijft verplicht, met de totale hoeveelheid en de berekende punten. | deel 2 |
| 21 | B | 33 = zeer licht ontvlambare vloeistof, 1203 = benzine. | deel 1 |
| 22 | A | Bij één stof mogen de nummers op de borden voor en achter. Dan mogen de zijborden weg. | deel 1 |
| 23 | B | Bij (D/E) en vervoer in een tank: niet door D en E. | deel 2 |
| 24 | C | Een lege tank die niet is schoongemaakt, is nog gevaarlijk. De borden blijven. | deel 1 |
| 25 | A | Een kleine brand in banden, remmen of motorruimte mag je blussen als het veilig kan. Een brand in de lading blus je niet. | deel 3 |
Hoe ging het?
22 of meer goed
Je bent er klaar voor. Herhaal de dag voor het examen alleen de groene "Onthoud"-kaders.
18 tot 21 goed
Geslaagd, maar krap. Lees de stof nog eens bij de vragen die fout gingen.
Minder dan 18
Nog niet. Lees de stof bij elke foute vraag, wacht een dag en maak de toets opnieuw.