ADR basis: papieren en onderweg
De papieren, de uitrusting, laden, parkeren en tunnels.
De papieren
Wat er in de cabine moet liggen.
Bij een controle of een ongeluk moeten de juiste papieren er zijn. Leg ze altijd op een vaste plek, binnen handbereik.
1Wat moet er mee?
| Document | Wanneer? |
|---|---|
| Vervoersdocument | altijd als het ADR geldt, ook bij de 1000-puntenvrijstelling. Niet nodig bij beperkte hoeveelheden (LQ). |
| Schriftelijke instructies | als het ADR volledig geldt (niet bij de 1000-puntenvrijstelling) |
| ADR-certificaat van de chauffeur | als een certificaat verplicht is |
| Identiteitsbewijs met foto | voor iedereen van de bemanning |
| Certificaat van goedkeuring van het voertuig | alleen voor sommige voertuigen, zoals tankauto's en auto's voor ontplofbare stoffen |
| Ontheffing of afwijking | als het bedrijf vervoert op basis van een speciale afspraak |
2Wat staat er in het vervoersdocument?
De afzender maakt het. Per stof staat er in deze volgorde:
| Onderdeel | In het voorbeeld |
|---|---|
| het UN-nummer, met de letters UN ervoor | UN 1203 |
| de officiële naam van de stof | BENZINE |
| het etiket (de klasse); bijkomend gevaar tussen haakjes | 3 |
| de verpakkingsgroep | II |
| de tunnelcode, tussen haakjes | (D/E) |
Verder: het aantal en soort colli, de hoeveelheid per stof, en de naam en het adres van de afzender en van de ontvanger.
Soms komt er een extra woord bij: MILIEUGEVAARLIJK, AFVAL, of LEGE VERPAKKING (leeg, niet schoongemaakt). Bij klasse 1 staat de code (zoals 1.4G) in plaats van het etiket. Bij de 1000-puntenvrijstelling staat de puntentelling erop. De tunnelcode mag weg als vaststaat dat er geen tunnel met beperkingen op de route ligt.
Volgorde: UN-nummer · Naam · Etiket · Verpakkingsgroep · Tunnelcode. "U Neemt Een Vracht Transport".
3De schriftelijke instructies
- Vier bladzijden met wat je moet doen bij een ongeluk of noodgeval. Het model is in alle ADR-landen hetzelfde.
- De vervoerder geeft ze mee, in een taal die iedereen van de bemanning kan lezen en begrijpen.
- Leg ze in de cabine, binnen handbereik. Lees ze vóór de rit. Je moet ze kunnen toepassen.
4Wat staat erin?
- Bladzijde 1: wat je meteen doet bij een ongeluk (zie deel 3).
- Bladzijde 2 en 3: per gevaarsetiket wat het gevaar is en wat je extra doet. Ook de merken voor milieu en verhoogde temperatuur.
- Bladzijde 4: wat er per voertuig en per persoon aan boord moet zijn (zie hieronder, blad 5), en extra uitrusting voor sommige klassen.
5Voorbeelden uit de lijst per etiket
| Etiket | Gevaar | Wat doe je extra? |
|---|---|---|
| 1 | kan ontploffen, scherven | dekking zoeken, maar uit de buurt van ramen |
| 2.1 | brand, ontploffing | dekking zoeken, uit de buurt van lage plekken |
| 3 | brand | dekking zoeken, niet in lage plekken blijven |
| 4.3 | brand bij contact met water | gemorste stof droog houden, afdekken |
| 6.1 | vergiftiging | vluchtmasker gebruiken |
| 8 | brandwonden door bijtende stof, kan heftig reageren met water | geen extra aanwijzing |
Dit is een korte samenvatting. Leer de echte tekst uit de schriftelijke instructies.
"In welke taal moeten de schriftelijke instructies zijn?" Antwoord: in een taal die elk lid van de bemanning kan lezen en begrijpen.
Vervoersdocument altijd · instructies binnen handbereik · ADR-certificaat · ID met foto. Volgorde: UN, naam, etiket, verpakkingsgroep, tunnelcode.
Uitrusting en verpakking
Blusapparaten, wat er verder aan boord moet, en de UN-code op een verpakking.
Voor elke rit moet de juiste uitrusting aan boord zijn. De vervoerder zorgt dat het er is, de chauffeur controleert het vóór vertrek.
1Blusapparaten
| Toegestane maximummassa | Minimaal aantal | Samen minstens | Waarvan |
|---|---|---|---|
| tot en met 3,5 ton | 2 | 4 kg | een van minstens 2 kg (voor motor of cabine) en nog een van minstens 2 kg |
| boven 3,5 tot en met 7,5 ton | 2 | 8 kg | een van minstens 2 kg (voor motor of cabine) en een van minstens 6 kg |
| boven 7,5 ton | 2 | 12 kg | een van minstens 2 kg (voor motor of cabine) en een van minstens 6 kg |
- Het gaat om poeder (of een blusmiddel dat net zo goed werkt).
- Elk apparaat moet verzegeld zijn. De datum van de volgende keuring mag nog niet voorbij zijn.
- Ze moeten makkelijk te pakken zijn, en beschermd tegen weer en wind.
- Bij de 1000-puntenvrijstelling is één blusapparaat van 2 kg genoeg.
2Wat er verder aan boord moet
Per transporteenheid
- een wielkeg voor elk voertuig (trekker met oplegger: 2), passend bij het voertuig
- twee zelfstaande waarschuwingstekens (zoals pionnen of driehoeken die zelf blijven staan)
- oogspoelvloeistof, behalve bij etiket 1, 1.4, 1.5 en 1.6 en de gassen (2.1, 2.2 en 2.3)
Per persoon van de bemanning
- een waarschuwingsvest
- een draagbare lamp, zonder metalen buitenkant die vonken kan geven
- beschermende handschoenen
- oogbescherming, bijvoorbeeld een veiligheidsbril
Extra bij sommige etiketten
- Etiket 2.3 of 6.1 (giftig): een vluchtmasker voor iedereen van de bemanning.
- Vaste stoffen en vloeistoffen met etiket 3, 4.1, 4.3, 8 of 9: een schop, iets om een putdeksel af te dichten en een opvangbak.
Het complete lijstje staat op bladzijde 4 van de schriftelijke instructies.
3Soorten verpakking
| Soort | Wat is het? |
|---|---|
| Collo (meervoud: colli) | een verpakking met inhoud: doos, vat, jerrycan, zak, gasfles |
| Samengestelde verpakking | een buitenverpakking met daarin kleinere binnenverpakkingen, bijvoorbeeld een doos met flessen |
| IBC | een grote container voor vloeistof of los goed, vaak een kubus met een kooi eromheen (tot 3.000 liter) |
| Tank | vast op het voertuig, een tankcontainer of een afneembare tank |
| Bulk | los gestort, zonder verpakking, in een container of laadbak |
4De UN-code op een verpakking
| Stuk | Betekent |
|---|---|
| UN | deze verpakking is goedgekeurd volgens de VN-regels |
| 4G | soort verpakking: hier een doos van karton |
| Y | voor welke verpakkingsgroep: X = I, II en III · Y = II en III · Z = alleen III |
| 25 | het maximale brutogewicht (kg), of de dichtheid bij vloeistoffen |
| S | voor vaste stoffen (bij vloeistoffen staat hier de testdruk) |
| 24 / NL | het jaar van maken, en het land dat de verpakking heeft goedgekeurd |
5Regels voor verpakkingen
- De verpakking moet goedgekeurd zijn voor de stof en de verpakkingsgroep.
- Beschadigd of lekkend? Niet meenemen.
- Een lege verpakking die niet is schoongemaakt blijft gevaarlijk: goed dicht, dezelfde etiketten, en in het vervoersdocument staat LEGE VERPAKKING.
- Etiketten en merken moeten goed te zien zijn en niet beschadigd.
"Een vrachtauto van 18 ton vervoert gevaarlijke stoffen onder de volledige ADR. Welke blusapparaten zijn verplicht?" Antwoord: minstens 2 apparaten, samen minstens 12 kg, waarvan een van 2 kg voor motor en cabine en een van minstens 6 kg.
Blussers: altijd minstens 2, met een van 2 kg voor motor en cabine. Boven 3,5 ton ook een van 6 kg. Totaal 4 / 8 / 12 kg. Per persoon: vest, lamp, handschoenen, oogbescherming.
Laden, parkeren en tunnels
Laden, samenladen, vastzetten, beveiliging, toezicht en tunnels.
Bij het laden gaat het vaak mis: een vat dat lekt, een doos die omvalt, stoffen die niet samen mogen. Kijk dus goed.
1Voor het laden
- Kijk of de papieren kloppen met wat je laadt.
- Kijk of de colli heel zijn: geen lekken, deuken of scheuren. Beschadigd? Niet laden.
- Kijk of de laadruimte schoon en droog is, zonder spijkers of scherpe randen.
- Kijk of je uitrusting compleet is (blad 5).
2Tijdens het laden en lossen
- Motor uit, tenzij hij nodig is voor een pomp of laadklep. Parkeerrem erop.
- Niet roken, ook geen e-sigaret, in en bij de auto.
- Colli niet gooien, niet slepen en niet laten vallen.
- Let op de pijlen: deze kant boven.
- Gasflessen goed vastzetten, en liggend of staand zoals voorgeschreven.
- Bij sommige stoffen (code CV1, vooral klasse 1) mag laden of lossen op de openbare weg in de bebouwde kom alleen met toestemming, en daarbuiten pas na een melding vooraf.
3Vastzetten
De lading moet zo vastzitten dat hij niet kan schuiven, kantelen of vallen. Gebruik spanbanden, schotten, steunbalken of vul de lege ruimte op. Stapel alleen als de verpakking daarvoor geschikt is. Meer over vastzetten: de pagina Lading zekeren.
4Samenladen: wat mag niet bij elkaar?
- Sommige colli met verschillende etiketten mogen niet samen in één auto. Dat staat in een tabel in het ADR (7.5.2).
- Vooral klasse 1 (ontplofbaar) mag bijna nooit samen met andere klassen.
- Etiket 6.1 (giftig), 6.2 (besmettelijk), en etiket 9 bij asbest en PCB: niet op of direct naast eten, drinken of diervoer. Scheid ze met een schot zo hoog als de colli, of houd minstens 0,8 meter afstand.
5Na het lossen
- Is er iets gelekt? De laadruimte zo snel mogelijk schoonmaken, en altijd voordat je weer laadt.
- Niets gevaarlijks meer aan boord? Borden afdekken of weghalen. Een lege tank die niet is schoongemaakt, houdt zijn borden.
6Beveiliging
- Heb altijd een identiteitsbewijs met foto bij je.
- Ken de mensen en het bedrijf waar je laadt en lost.
- Laat de auto niet open of onbeheerd staan. Sluit deuren en kleppen.
- Neem geen lifters of andere passagiers mee.
- Voor stoffen die misbruikt kunnen worden (hoog risico) heeft het bedrijf een beveiligingsplan. Volg dat.
- Zie je iets verdachts? Meld het aan je baas en zo nodig aan de politie.
7Parkeren en toezicht
- Voor sommige stoffen, boven een bepaalde hoeveelheid, moet de auto onder toezicht staan of op een beveiligd terrein. Of dat zo is, staat in Tabel A (kolom 19).
- Kan dat niet, kies dan in deze volgorde: (1) een bewaakte parkeerplaats, waar de bewaker weet wat je vervoert en waar jij bent; (2) een parkeerterrein waar je auto niet door anderen geraakt kan worden; (3) een open plek, los van de weg en van woningen, waar meestal geen mensen komen.
- Altijd: parkeerrem erop. Laat de auto met gevaarlijke stoffen nooit zomaar onbeheerd achter.
8Tunnels: twee soorten letters
De tunnel heeft een categorie: die zie je op het verkeersbord voor de tunnel. De stof heeft een tunnelcode: die staat in Tabel A (kolom 15) en tussen haakjes in het vervoersdocument. Samen bepalen ze of je erdoor mag.
| Tunnel | Wat is er verboden? |
|---|---|
| A | niets: alles mag erdoor (geen bord) |
| B | stoffen die een heel grote ontploffing kunnen geven |
| C | als B, plus stoffen die een grote ontploffing of een grote gifwolk kunnen geven |
| D | als C, plus stoffen die een grote brand kunnen geven |
| E | bijna alle gevaarlijke stoffen |
A is het minst streng, E het strengst.
| Code | Je mag NIET door categorie |
|---|---|
| (B) | B, C, D en E |
| (C) | C, D en E |
| (D) | D en E |
| (E) | E |
| (—) | mag door alle tunnels |
Dubbele codes: tank of bulk is strenger dan stukgoed
| Code | In een tank (of bulk bij D/E) NIET door | Als stukgoed (colli) NIET door |
|---|---|---|
| (B/D) | B, C, D en E | D en E |
| (B/E) | B, C, D en E | E |
| (C/D) | C, D en E | D en E |
| (C/E) | C, D en E | E |
| (D/E) | D en E | E |
Codes met een getal: bij ontplofbare stoffen (klasse 1)
| Code | Wat betekent het? |
|---|---|
| (B1000C) | meer dan 1000 kg ontplofbare stof (netto) in de auto: niet door B, C, D en E. 1000 kg of minder: niet door C, D en E. |
| (C5000D) | meer dan 5000 kg (netto): niet door C, D en E. 5000 kg of minder: niet door D en E. |
Meer stoffen in de auto? Dan telt de strengste code voor de hele lading. Valt de rit onder een vrijstelling (zoals de 1000-puntenregeling)? Dan gelden de tunnelregels niet. Moet er een LQ-merk op het voertuig (meer dan 8 ton beperkte hoeveelheden)? Dan behandel je de lading als code (E).
Tunnel A = alles mag, E = bijna niets. Code (D/E) als stukgoed: alleen niet door E. Meer stoffen: de strengste code telt.