ADR basis: stoffen en borden
Wat ADR is, de 9 klassen en het oranje bord.
ADR gaat over het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg. Hier staat de stof voor het examen ADR basis, in gewone taal en in vier delen. Begin bij deel 1 en eindig met het oefenexamen.
Wat is ADR?
De regels, het boek, en wie wat moet doen.
ADR is de Europese afspraak over het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg. Gevaarlijk betekent: het kan mensen, dieren, het milieu of spullen schade doen. Denk aan benzine, gasflessen, verf, accuzuur of spuitbussen.
1Waar gelden de regels?
- Internationaal: in bijna alle landen van Europa, en nog een paar daarbuiten.
- Binnen Nederland ook: de Nederlandse regeling (VLG) zegt dat het ADR hier ook geldt.
- Elke 2 jaar komt er een nieuwe versie, in de oneven jaren. Nu geldt ADR 2025: daar gaat het examen over. Op 1 januari 2027 komt ADR 2027 (overgang tot 30 juni 2027).
2Hoe zit het ADR-boek in elkaar?
Het boek heeft 9 delen. Je hoeft het niet uit je hoofd te kennen, maar je moet weten waar iets staat.
| Deel | Waar gaat het over? |
|---|---|
| 1 | Algemeen: wie wat moet doen, vrijstellingen, opleiding, beveiliging |
| 2 | Indeling: de 9 klassen van gevaarlijke stoffen |
| 3 | Tabel A: de lijst met alle stoffen, op UN-nummer. Per stof staat daar wat er geldt. |
| 4 | Verpakkingen en tanks gebruiken |
| 5 | Verzenden: etiketten, oranje borden, het vervoersdocument |
| 6 | Eisen aan verpakkingen en tanks (bouw en keuring) |
| 7 | Laden, lossen, samenladen en vastzetten |
| 8 | De bemanning: uitrusting, papieren, opleiding, toezicht, tunnels |
| 9 | Eisen aan de voertuigen |
3Andere mensen die je tegenkomt
- Veiligheidsadviseur: elk bedrijf dat gevaarlijke stoffen afzendt, vervoert, verpakt, laadt, vult of lost, moet er een hebben (op een paar uitzonderingen na). Die adviseert, controleert en schrijft een jaarverslag.
- Controle: de ILT en de politie controleren onderweg. Boetes kunnen voor de chauffeur én voor het bedrijf zijn.
- Beveiliging: voor stoffen die misbruikt kunnen worden (bijvoorbeeld voor een aanslag) moet het bedrijf een beveiligingsplan hebben. Laat zo'n lading nooit zomaar onbeheerd achter.
4Wie moet wat doen?
Iedereen in de keten heeft eigen plichten. De belangrijkste:
| Wie | Moet onder meer zorgen dat… |
|---|---|
| Afzender | de stof goed is ingedeeld, de juiste verpakking wordt gebruikt, en het vervoersdocument klopt. |
| Verpakker | de stof goed is verpakt, en de merken en etiketten op de colli zitten. |
| Belader | er geen beschadigde colli worden geladen, en dat samenladen en vastzetten volgens de regels gaan. |
| Vuller (tank of bulk) | de tank goed gevuld is en de oranje borden en grote etiketten erop zitten. |
| Vervoerder (je baas) | de auto en de uitrusting in orde zijn, de papieren mee gaan, en de chauffeur het goede certificaat heeft. |
| Chauffeur | hij de regels aan boord naleeft: zie hieronder. |
| Losser | hij goed lost, en de laadruimte schoonmaakt als er iets gelekt is. |
| Ontvanger | hij de lading niet zomaar weigert, en na het lossen controleert wat hij moet controleren. |
5Het ADR-certificaat
- Rij je met gevaarlijke stoffen boven de vrijgestelde hoeveelheid, dan heb je een ADR-certificaat nodig.
- Eerst de basis. Daarna kun je er specialisaties bij halen: tank (bij een tank van meer dan 1 m³, of een tankcontainer van meer dan 3 m³), klasse 1 (ontplofbaar) en klasse 7 (radioactief).
- Het certificaat is 5 jaar geldig. Verleng in het laatste jaar, met een verlengingscursus en een examen: dan verlies je geen tijd. Is het al verlopen, dan begin je opnieuw met de basis.
- Valt de rit onder de vrijstelling (de 1000-puntenregeling, zie deel 3)? Dan is geen certificaat nodig, maar wel een opleiding die past bij je werk.
6Wat jij als chauffeur altijd moet doen
- Bij je hebben: je ADR-certificaat en een identiteitsbewijs met foto.
- Schriftelijke instructies binnen handbereik in de cabine.
- De uitrusting controleren en de blusapparaten kunnen gebruiken (zie deel 2).
- Oranje borden goed: open als het moet, afgedekt of weg als er niets gevaarlijks meer in zit.
- Geen passagiers meenemen. Alleen de bemanning mag mee.
- Niet roken, ook geen e-sigaret, tijdens het laden en lossen, in en bij de auto. Geen lamp met een open vlam.
- Geen colli openmaken.
- Bij laden en lossen de motor uit, tenzij hij nodig is voor een pomp of iets anders. Bij parkeren de parkeerrem erop.
- Beschadigde of lekkende colli niet meenemen.
"Wie moet ervoor zorgen dat de schriftelijke instructies aan boord zijn?" Antwoord: de vervoerder geeft ze mee, de chauffeur zorgt dat ze binnen handbereik liggen.
ADR = de regels. Tabel A (deel 3 van het boek) = per stof wat er geldt. Deel 8 = wat de chauffeur moet doen. Certificaat + ID met foto bij je · instructies binnen handbereik · geen passagiers · niet roken · motor uit bij laden en lossen.
De 9 klassen
Elke gevaarlijke stof hoort in een klasse. De klasse zegt wat het grootste gevaar is.
Op de verpakking zie je de klasse aan het gevaarsetiket: een ruit met een kleur, een plaatje en onderaan het klassenummer.
1De klassen en hun etiketten
De tekeningen zijn vereenvoudigd. Het echte etiket is minstens 10 x 10 cm, met een lijn op 5 mm van de rand.
2Kleur zegt veel
| Kleur | Betekent meestal |
|---|---|
| Oranje | ontploffing (klasse 1) |
| Rood | brand: brandbaar gas, brandbare vloeistof |
| Groen | gas onder druk, niet brandbaar en niet giftig |
| Blauw | gevaarlijk met water: dan ontstaat brandbaar gas |
| Geel | oxiderend: maakt een brand feller (en radioactief: half geel) |
| Wit met doodshoofd | giftig |
| Zwart onderaan | bijtend |
3Meer dan één gevaar?
Een stof kan meer gevaren hebben. Dan krijgt hij het etiket van het hoofdgevaar en ook een etiket voor het bijkomende gevaar. Voorbeeld: een vloeistof die brandbaar én giftig is, krijgt etiket 3 én etiket 6.1. In het vervoersdocument staat het bijkomende gevaar tussen haakjes: 3 (6.1).
Klasse 1 heeft subklassen 1.1 tot en met 1.6 (1.1 = gevaar voor een ontploffing van de hele lading, 1.4 = gering gevaar) en een letter voor wat er samen mag. Op het etiket van 1.4, 1.5 en 1.6 staat dat getal in plaats van de bom.
4Verpakkingsgroep: hoe gevaarlijk binnen de klasse?
| Groep | Gevaar | Verpakking |
|---|---|---|
| I | groot gevaar | het sterkst: code X |
| II | middelmatig gevaar | code X of Y |
| III | gering gevaar | code X, Y of Z |
Op een goedgekeurde verpakking staat een UN-code, bijvoorbeeld UN 4G/Y25/S/…. De letter na de schuine streep zegt voor welke groepen hij mag: X = I, II en III · Y = II en III · Z = alleen III.
Geen verpakkingsgroep hebben: klasse 1, 2, 5.2, 7, 6.2 (behalve medisch afval), de zelfontledende stoffen van 4.1 en lithiumbatterijen.
5Het UN-nummer
Elke stof of groep stoffen heeft een UN-nummer van 4 cijfers. Daarmee zoek je hem op in Tabel A. Voorbeelden:
6Zo onthoud je de klassen
| Klasse | Ezelsbruggetje |
|---|---|
| 1 | Eén knal |
| 2 | Gas, 3 soorten: brandbaar (rood), niet brandbaar (groen) en giftig (wit) |
| 3 | Vloeistof die brandt: de 3 lijkt op een vlammetje |
| 4 | 4.1 brandbare vaste stof, 4.2 brandt vanzelf, 4.3 brandt met water |
| 5 | Zuurstof erbij: het vuur wordt erger |
| 6 | Giftig of besmettelijk: niet aanraken |
| 7 | Straling |
| 8 | Bijt in je huid en in metaal |
| 9 | De rest: wel gevaarlijk, maar past nergens anders |
"Welke klasse heeft een blauw etiket?" Antwoord: 4.3, stoffen die met water een brandbaar gas maken. Blussen met water mag dus niet.
Klasse = soort gevaar. Verpakkingsgroep I = het gevaarlijkst. Bijkomend gevaar tussen haakjes.
Oranje borden en etiketten op de auto
Het oranje bord, het gevaarsnummer en de X.
Aan het oranje bord ziet iedereen dat er gevaarlijke stoffen in de auto zitten. De brandweer kan er aan zien wat het gevaar is.
1Het oranje bord
- Formaat: 40 cm breed, 30 cm hoog, reflecterend, met een zwarte rand van 15 mm. Is er echt geen plek, dan mag het kleiner: minstens 30 x 12 cm, rand 10 mm.
- Het moet ook na 15 minuten in het vuur nog leesbaar zijn.
- Zit er niets gevaarlijks meer in? Dan het bord afdekken of weghalen.
- Let op: een lege tank die nog niet is schoongemaakt, is nog gevaarlijk. Die borden blijven.
2Wat betekenen de nummers?
Boven: het gevaarsnummer (ook wel Kemler-nummer), twee of drie cijfers. Onder: het UN-nummer, vier cijfers: welke stof het is.
| Cijfer | Gevaar |
|---|---|
| 2 | gas (druk of reactie) |
| 3 | brandbare vloeistof of gas |
| 4 | brandbare vaste stof |
| 5 | oxiderend |
| 6 | giftig of besmettelijk |
| 7 | radioactief |
| 8 | bijtend |
| 9 | kans op een heftige reactie |
| 0 | geen bijkomend gevaar |
- Het eerste cijfer is het hoofdgevaar. De volgende cijfers zijn het bijkomende gevaar.
- Staat er een 0 achter, dan is er geen bijkomend gevaar: 30 = brandbare vloeistof.
- Een cijfer twee keer betekent meestal: extra sterk. 33 = zeer licht ontvlambaar. 66 = zeer giftig. 88 = zeer bijtend. Let op: 22 = sterk gekoeld gas, 44 = gesmolten, hete brandbare vaste stof.
- Een X ervoor: de stof reageert gevaarlijk met water. Dus nooit met water blussen. Voorbeeld: X423.
| Bord | Stof |
|---|---|
| 33 / 1203 | benzine |
| 30 / 1202 | diesel |
| 23 / 1965 | LPG |
| 80 / 1830 | zwavelzuur |
3Leeg bord of bord met nummers?
| Wat vervoer je? | Welke borden? |
|---|---|
| Stukgoed (colli: dozen, vaten, flessen) | Een leeg oranje bord voor en achter aan de transporteenheid. |
| Tank of bulk, meer stoffen | Borden met nummers aan beide zijkanten van elke tank of elk vak, en lege borden voor en achter. |
| Tank of bulk, één stof | De nummers mogen ook op de borden voor en achter. Dan mogen de borden aan de zijkanten weg. |
| Tank met alleen diesel, benzine of kerosine (UN 1202, 1203, 1223) | Zijborden mogen weg. Voor en achter komen de nummers van de stof met het laagste vlampunt (meestal benzine). |
4Grote etiketten op het voertuig
- Tankauto en bulkauto: grote gevaarsetiketten (minstens 25 x 25 cm) aan beide zijkanten en achter. Container of tankcontainer: aan alle vier de kanten.
- Bij stukgoed in een gewone vrachtauto hoeven die grote etiketten er niet op. Uitzondering: bij klasse 1 (ontplofbaar, maar niet 1.4S) en klasse 7 (radioactief) wel, aan beide zijkanten en achter.
- De kleine etiketten zitten op de colli zelf. De verpakker plakt ze erop, in opdracht van de afzender. Op elk collo staat ook het UN-nummer, minstens 12 mm hoog.
5Andere merken die je moet kennen
| Merk | Betekenis |
|---|---|
| Milieugevaarlijk: dode vis en dode boom | De stof is schadelijk voor het water en het milieu. Op de colli, en op het voertuig overal waar ook grote etiketten moeten. |
| Verhoogde temperatuur: een rode thermometer in een driehoek | De stof wordt heet vervoerd: als vloeistof vanaf 100 °C, of als vaste stof vanaf 240 °C. |
| Beperkte hoeveelheid: een ruit met een zwarte punt boven en onder | LQ: kleine verpakkingen met minder strenge regels (zie deel 3). |
| Pijlen op de doos | Deze kant boven. Altijd zo laden. |
6Wie zorgt waarvoor?
- Afzender en verpakker: de etiketten en merken op de colli.
- Vuller of belader: de oranje borden en grote etiketten bij tank, bulk en containers.
- Vervoerder: controleert dat de borden en grote etiketten op het voertuig zitten.
- Chauffeur: controleert of alles klopt, en dekt de borden af of haalt ze weg als het moet.
"Op een tankauto staat 33 boven 1203. Wat betekent de bovenste 33?" Antwoord: het gevaarsnummer: zeer licht ontvlambare vloeistof. 1203 is het UN-nummer van benzine.
Boven = gevaarsnummer, onder = UN-nummer. 0 = geen bijkomend gevaar, dubbel cijfer = extra sterk, X = niet met water. Stukgoed: leeg bord voor en achter.